Real Learning Generation

Bij Real Learning Generation (RLG) ondersteunen wij jongeren in hun leerontwikkeling. Dit doen wij anders dan de gebruikelijke basisschool of middelbare school. Wij combineren sport en spel om aan te sluiten bij de belevingswereld van de jongeren. Tijdens deze sportieve activiteiten of spelomgevingen dagen we jongeren uit! We leren ze dan om te gaan met druk en coachen ze in hun emotie regulerende vaardigheden. Jongeren lopen soms in een klassikale omgeving vast in hun gedrag, zelfvertrouwen en hun denken. Wij doorbreken dit patroon door in een actieve omgeving leerstof aan te reiken. Sport en spel zorgt hierbij voor de combinatie tussen lichamelijk bewegen en cognitieve uitdaging. Naast dat dit positieve effecten heeft op de verbindingen in het brein, zorgen de positieve resultaten ook voor meer geloof in eigen kunnen (self-efficacy).

 

Self-efficacy is het geloof dat iemand heeft in het eigen kunnen om een taak succesvol uit te kunnen voeren. Het is geen allesomvattende eigenschap, maar is steeds gerelateerd aan bepaald gedrag. Doordat jongeren bij ons succeservaringen, rolmodellen, een stimulerende omgeving en in toenemende mate bewust zijn van hun emoties, heeft dit een positieve invloed op hun self-efficacy. Het heeft invloed op de doelen die jongeren willen bereiken, keuzes die ze daartoe maken, inspanningen die ze ervoor willen leveren en ook hoe ze leren volhouden bij tegenslagen. Wanneer jongeren bij ons ervaren dat ze taken goed kunnen uitvoeren en dat zij wél goed kunnen presteren, bloeien ze weer helemaal op! We motiveren hen door taken of activiteiten aan te bieden waarbij ze het gevoel hebben dat ze er competent genoeg voor zijn. We geven hen daarbij meer autonomie wanneer ze eraan toe zijn. Hierbij passen we scaffolding toe in onze leeractiviteiten. De begeleiding bij de taken die jongeren doen en de leeractiviteiten die wij aanbieden neemt stapje voor stapje af totdat zij het zelf kunnen. We spreken van scaffolding in het leerproces als er aan de volgende drie voorwaarden is voldaan.

  1. De ondersteuning van de begeleiding vermindert geleidelijk aan (fading).
  2. Er wordt een overdracht van verantwoordelijkheid gemaakt in de richting van de jongere.
  3. De een-op-een-ondersteuning is op maat van de jongere en zonder die ondersteuning had de jongere het (nog) niet gekund.

 

Doordat wij de theorie en praktijk met elkaar combineren, bieden we een vorm aan van ‘hands-on-leren’. De belevingswereld die wij aanbieden geeft letterlijk ruimte om uit bestaande patronen te stappen en opnieuw plezier te krijgen in het leren. Dit doen we middels begeleiding op maat. Door hen activiteiten (veelal praktijk gericht) aan te bieden die zich bevinden in hun zone van naaste ontwikkeling. Wanneer zij een bepaalde mate van vertrouwen hebben opgebouwd krijgen ze meer vrijheid en verantwoordelijkheid, maar ook de ruimte om te leren van hun fouten. We hebben dan regelmatig een coachgesprek met de jongere (en betrokkenen) om de begeleiding optimaal af te blijven stemmen. Wij realiseren ons dat leren een zeer complex iets is wat alles behalve rechtlijnig verloopt en waarvan één van de randvoorwaarden ook is dat het zou moeten plaatsvinden in een contextrijke en betekenisvolle omgeving die aansluit bij de belevingswereld van de jongere. Door het leren te laten plaatsvinden in verbinding met de omgeving en waarbij het geleerde zoveel mogelijk direct toegepast kan worden, ontstaat er een betekenisvolle leeromgeving waarbij de jongere betekenis en relatie krijgt met hetgeen wat de jongere moet leren. Hierbij treed er een wisselwerking op tussen het leren en ervaren.